Vaccineren en klaar?

Nu het voorjaar zich eindelijk aandient en het vaccinatieprogramma goed op stoom begint te komen kunnen wij ervan uitgaan dat het einde van de coronacrisis geleidelijk in zicht begint te komen. Ook het feit dat meer mensen dan gedacht al eens met het virus geïnfecteerd zijn geweest draagt hier in niet onbelangrijke mate aan bij.
Maar zoals zo vaak zit het venijn in de staart: het aantal COVID patiënten in de ziekenhuizen is nog behoorlijk hoog en ook het aantal besmettingen daalt maar langzaam. Het is nog afwachten hoe de combinatie van versoepelingen en besmettelijkere virusvarianten uit zal gaan pakken.

 
Het tot nu toe overwegend koude voorjaar heeft ook nog niet echt bijgedragen, maar zodra het weer verder opknapt en met het toenemen van de zonkracht (vitamine D) zal dat een positieve bijdrage leveren aan het opbouwen van onze afweer. Die afweer is in het overheidsbeleid doorgaans de grote afwezige, terwijl wij in de praktijk zien dat als je immuunsysteem goed in balans is de kans dat je erg ziek wordt van een coronabesmetting vrij klein is. Daarom willen wij naast de hygiënemaatregelen en het beperken van de sociale contacten het belang van een goede afweer benadrukken.


Nu is vaccineren ook een manier om je afweer te verbeteren, maar die verbetert daar niet van in de hele breedte, maar alleen voor één bepaald virus. Naarmate het virus verder muteert werkt zo’n vaccin mogelijk steeds minder goed. Dus als wij niet toe willen naar een toekomst waarin wij steeds opnieuw met een steeds iets aangepast vaccin geïnjecteerd moeten worden zullen wij er ook voor moeten zorgen dat de volksgezondheid in de basis gaat verbeteren.

 

Ongezonde levensstijl

Feitelijk weten wij al heel lang waar de grootste knelpunten liggen in onze gezondheid. Het is onze moderne “westerse” manier van leven die zorgt voor een heel scala aan kwalen. Een groot deel van de inspanningen van de gezondheidszorg is gericht op het behandelen van de gevolgen van onze levensstijl. Zo bezien past de COVID crisis in een klassiek rijtje welvaartziekten, zoals hart- en vaataandoeningen, overgewicht, hypertensie, verhoogd cholesterol, diabetes type 2, en bepaalde gevallen van kanker.
Natuurlijk zijn deze aandoeningen niet altijd het gevolg van een verkeerde levenswijze; ook individuele aanleg speelt een rol. Maar als je kijkt naar de gezondheid van grote bevolkingsgroepen dan zie je dat levenswijze een belangrijke factor vormt in een groot deel van de gevallen. En juist dat deel is in principe vermijdbaar door het doorvoeren van een aantal simpele veranderingen in onze leefstijl.
Als wij onze leefstijl aanpakken verkleinen wij dus niet alleen de impact van de COVID crisis, maar kunnen wij ook een grote stap maken in het voorkomen en behandelen van een grote groep welvaartziekten. Tijd om met een kritische blik naar de zorg voor onze eigen gezondheid te kijken.

 

De voor onze gezondheid negatieve aspecten van de eerder genoemde westerse levensstijl kunnen als volgt worden uitgesplitst:

  • Te weinig bewegen
  • Teveel en verkeerd eten
  • Gebruik van toxische stoffen (roken, alcohol, drugs)
  • Chronische stress, geïnduceerd door onze individualistische prestatiemaatschappij
  • Onvoldoende kwalitatieve slaap
  • Slechte luchtkwaliteit en toxische stoffen in ons milieu

 

Luilekkerland

De meeste mensen weten wel dat ze meer zouden moeten bewegen en ook bestaat er bij de meesten wel een beeld van hoe gezonde voeding eruit zou zien. Maar helaas maakt onze genetische achtergrond het ons niet makkelijk om ons hieraan te houden. Wij zijn geëvolueerd in een omgeving waarin voedsel schaars was en het veel moeite kostte het te verkrijgen. Als er voedsel gevonden werd was het zaak daar zoveel mogelijk van te eten om zo je overlevingskansen te vergroten. Vooral vet en zoet voedsel was moeilijk aan te komen, terwijl dat juist door de vele calorieën je kansen op overleving deed vergroten. Had je eenmaal je buik vol, dan deed je er goed aan niet teveel onnodig te bewegen, om niet je kostbare calorieën te verbranden. 
Met die genetische achtergrond is het niet verwonderlijk dat de mens een Luilekkerland heeft willen creëren, waarin voedsel, liefst met veel calorieën,  makkelijk te verkrijgen was en veel beweging onnodig was. Bovendien hebben wij ervoor gezorgd dat wij niet meer bang hoeven te zijn voor allerlei wilde dieren, die in het verleden graag een hapje mens aten. Helaas blijkt ons lichaam niet zo goed te gedijen in het leven in zo’n Luilekkerland. Het is eigenlijk net als met de wilde dieren in een dierentuin: als je ze zomaar dagelijks hun voedsel geeft zonder ze ervoor te laten bewegen, dan worden ze vetter en zwakker en uiteindelijk minder gelukkig. Wij leven eigenlijk in een “mensentuin”, terwijl onze genen nog die van een jager-verzamelaar zijn. En zo worden wij ondanks (of eigenlijk juist dankzij) onze overvloed ook vetter, zwakker en ongelukkiger. 

  

Paleolithische genen

Misschien dat er in de toekomst technieken gebruikt gaan worden om ons genetisch aan te passen aan het leven in de mensentuin, maar tot die tijd ligt er voor ons de uitdaging om met behoud van de vele verworvenheden van de moderne tijd toch te zorgen voor een gezonde samenleving.

 Daarin ligt ook een belangrijke taak voor de overheid, om door middel van onderwijs en voorlichting van jongs af aan het onderwerp gezondheid meer voor het voetlicht te brengen. Ook zou de overheid gezonde, onbewerkte voedingsmiddelen kunnen vrijstellen van BTW en de ongezonde bewerkte producten juist onder het hoge tarief laten vallen. Verder is het de taak van de overheid te zorgen voor een veilig en schoon milieu en een maatschappij waarin lasten en lusten op een evenwichtige manier verdeeld zijn en de nadruk meer ligt op welzijn en minder op prestatie.


Als individu zouden wij ons uitgedaagd moeten voelen om tegen de aantrekkingskracht van Luilekkerland in toch te kiezen voor matigheid en selectiviteit in onze voedselkeuze en niet toe te geven aan de drang tot veel zitten en turen op beeldschermpjes in plaats van er op eigen kracht op uit te gaan. En de beloning laat niet lang op zich wachten; al snel zullen wij ons beter, fitter en gelukkiger voelen. Maar vreemd genoeg blijft de drang naar gemak en hoog calorisch voedsel doorgaans ook bestaan, zodat terugval steeds op de loer ligt. Als wij niet opletten laten wij ons zo weer door onze paleolithische genen te pakken nemen.

 

Het viscerale vet

Het is interessant dat heel uiteenlopende zaken als slechte voeding, stress, slecht slapen, weinig bewegen en overgewicht uiteindelijk in ons lichaam hetzelfde effect hebben, namelijk een toestand van voortdurende laaggradige ontsteking. Vandaar ook dat al deze factoren sterk samenhangen.
Een belangrijke factor in deze keten is het opslaan van vet rond de organen in de buikholte. Dat heet het viscerale vet. Als het viscerale vet toeneemt gaat het ontstekingsbevorderende stoffen afgeven, die op hun beurt een verstorend effect kunnen hebben op de glucosehuishouding, de leverfuncties en ons afweersysteem. Het is dan ook geen toeval dat de kans dat je na een COVID infectie op de IC belandt sterk samenhangt met de hoeveelheid visceraal vet.

Nu is het niet alleen de levenswijze, maar ook de leeftijd die hierop van invloed is; met het stijgen der jaren neemt ook de laaggradige ontsteking toe. Veel leeftijdsgerelateerde gezondheidsproblemen, zoals hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol, atherosclerose en diabetes type 2 zijn sterk verbonden met de mate van laaggradige ontsteking. Als het ons lukt om die omlaag te brengen kunnen wij onze gezondheid op meerdere vlakken tegelijk verbeteren en daarmee ook de kans op ernstig verlopende COVID verkleinen.

Nu kan de techniek ons op dit punt goede diensten bewijzen; het viscerale vet en de laaggradige ontstekingen kunnen gemeten worden. Het viscerale vet kan gemeten worden via een DEXA scan, bijvoorbeeld via het bedrijf PreventiMed. Ook in het bloed is een bepaalde factor te meten; het HS CRP, dat een goede graadmeter vormt voor laaggradige ontstekingen. Deze HS CRP is tegenwoordig ook via simpele thuistests zelf te meten.

Er is ook een bepaalde samenhang tussen de buikomvang en de hoeveelheid visceraal vet. Dit is geen erg precieze meting, omdat je hiermee ook het vet rond de buik meet. Maar het geeft wel een eerste indicatie. De hartstichting gaat ervan uit dat het viscerale vet vaak verhoogd is als je buikomvang groter is dan 88 cm voor vrouwen en groter dan 102 cm voor mannen.
Een andere manier van meten is je buikomvang in centimeters te delen door je lengte in centimeters en dan met 100 te vermenigvuldigen. Boven de 50% heb je mogelijk teveel visceraal vet.

Dit soort metingen zelf zorgen natuurlijk niet direct voor een betere gezondheid, maar ze kunnen wel een uitgangspunt en motivatie vormen voor een aantal gezondheidverbeterende veranderingen in onze levensstijl. Als je je vorderingen vervolgens niet alleen subjectief, via een verbeterde gezondheidservaring, maar ook objectief via een dergelijke meting zichtbaar kunt maken, dan draagt dat bij aan het volhouden van de nieuw ingeslagen weg naar een betere gezondheid.

De balans terugbrengen

Wij hebben in ons Centrum gemerkt dat het ook bij de behandeling van ex COVID patiënten van groot belang is om de laaggradige ontstekingen omlaag te helpen brengen. Naast leef- en eetadviezen maken vaak ook het gebruik van bepaalde kruiden en voedingssupplementen deel uit van de behandeling. Ook acupunctuur of shiatsu kunnen helpen de energie terug te brengen, het slapen te verbeteren en de stresslevels te normaliseren.