De crisis

Nu na een relatief rustige zomer het Covid-19 virus weer aan een opmars begonnen is, is het tijd om ons te herbezinnen op onze houding ten aanzien van deze crisis.

De maatregelen tegen de verspreiding van het corona virus hebben een deel van het maatschappelijk leven tot stilstand gebracht. Mensen wordt geadviseerd andere mensen zoveel mogelijk te mijden en op afstand te houden. Toch hebben wij juist de ander nodig, want alleen door ons gezamenlijk, vanuit een besef van verbondenheid, in te spannen is het mogelijk om uit deze crisis te komen.

Het gevaar is dat wij door alle maatregelen de ander als een gevaar gaan zien, als een potentiële bron van besmetting en hem dáárom mijden. In dit artikel willen wij laten zien dat het “mijden” van de ander juist ook een daad van altruïsme kan zijn en niet uitsluitend dient ter bescherming van onszelf.

 

Verspreiding en infectie

Het corona virus (covid-19) is een nieuw virus. Het heeft niet eerder gecirculeerd en daarom had niemand nog immuniteit op kunnen bouwen tegen dit virus. Daarom kan virus zich snel verspreiden, geholpen door het feit dat de meeste mensen slechts lichte symptomen ontwikkelen en daardoor zonder het te weten het virus kunnen doorgeven. Zo kan het virus ook terecht komen bij mensen met een kwetsbare gezondheid. Dat zijn vaak ouderen, mensen met reeds bestaande gezondheidsproblemen, mensen met immuun-onderdrukkende medicatie en andere kwetsbare groepen. Het lijkt er tot dusver op dat hoe jonger en vitaler je bent, hoe kleiner de kans dat je er erg ziek van wordt.

Idealiter zouden wij iedereen moeten kunnen testen op aanwezigheid van het virus, zodat wij gericht de dragers kunnen scheiden van de niet-dragers. De testcapaciteit is daarvoor echter nog steeds niet toereikend en zal dat, mede doordat het aantal infecties nu in het najaar weer snel stijgt, ook nog wel even zo blijven.

Het was daarom onvermijdelijk dat er ingrijpende maatregelen genomen moesten worden om de verspreiding te beteugelen. Nu het allemaal al zo lang duurt wordt het echter voor veel mensen in toenemende mate lastig om zich naar deze maatregelen te blijven voegen.

 

Vroeger of later?

Ondertussen zijn veel mensen al eens besmet geweest met het virus. Als het huidige tempo van verspreiding tot in het voorjaar zou aanhouden, dan zal ongeveer een kwart van de bevolking met het virus in aanraking zijn geweest. Voordat er een goed werkend vaccin zal zijn en er voldoende mensen daadwerkelijk gevaccineerd zullen zijn zal dit percentage misschien nog hoger zijn.

Op zich is een dergelijke verspreiding een normaal en natuurlijk proces met een nieuw virus. En naarmate meer mensen de infectie hebben doorgemaakt en daardoor immuniteit hebben opgebouwd zal de ziekte geleidelijk zijn epidemische karakter verliezen. 

Virussen komen ons door hun ongrijpbare karakter vaak angstaanjagend voor, maar toch maken ze ook gewoon deel uit van het biosysteem op onze planeet. Ze kunnen weliswaar voor een scala aan heel vervelende aandoeningen zorgen, maar ze zijn ook een van de drijvende krachten achter de evolutie. 

De ingrijpende maatregelen zijn er dan ook niet voor bedoeld om de gemiddelde mens tegen infectie te beschermen. De gemiddelde mens zou na een doorgemaakte infectie door zijn immuniteit juist de snelheid van verspreiding helpen vertragen. De maatregelen zijn er uitsluitend op gericht de infectie zo lang mogelijk weg te houden bij de kwetsbare groepen, zodat die niet massaal ziek worden en daarmee de capaciteit van ons zorgsysteem te zwaar zouden belasten. Dat zou namelijk betekenen dat niet iedereen meer een adequate behandeling kan krijgen, ook niet voor andere aandoeningen en ongevallen, waardoor het aantal slachtoffers onnodig zou toenemen.

Voor de minder kwetsbare groepen geldt dus dat zij zich aan alle strenge regels houden, zodat de kwetsbaren daarmee beschermd worden. Zelf krijgen zij de infectie vroeg of laat mogelijk alsnog en daar zullen zij waarschijnlijk goed doorheen komen. Verderop geven wij een aantal suggesties om de kans op een goede afloop te helpen vergroten.

Er wordt wel voorgesteld om de jongeren vrij te laten en alleen de kwetsbare groepen zelf te isoleren, maar als je dat langdurig doet leidt dat tot ernstige isolatie van grote groepen, wat veel psychisch lijden met zich meebrengt en uiteindelijk zelfs tot een slechtere gezondheid bij deze groepen leidt.

Tegengaan van verspreiding

Maar eerst nog maar weer eens een samenvatting van wat wij kunnen doen om met name de snelheid van de verspreiding tegen te gaan:

  • Houd je aan de meest recente voorschriften van regering en RIVM ten aanzien van het sociale verkeer, o.a. wat betreft thuiswerken, binnen blijven als je verkoudheidsverschijnselen en/of verhoging of koorts  hebt, minimaal 1,5 meter afstand bewaren tot andere mensen en het beperken van sociaal contact.
  • Voor kwetsbare personen (ouderen en mensen met een verminderde weerstand) geldt: vermijd het openbaar vervoer en grote gezelschappen.
  • Was vaak en grondig je handen en droog ze af met papieren zakdoekjes. Houd huis en werkomgeving extra goed schoon.
  • Hoesten en niezen doe je in de binnenkant van je elleboog.
  • Schud geen handen.
  • Draag een mondmasker in het openbaar vervoer
  • Draag in openbare ruimten en in winkels zoveel mogelijk een  mondmasker.

 

Wij moeten het samen doen

Vooral dat beperken van het sociale verkeer vraagt veel van ons. Niet alleen isoleert het ons van onze medemens, maar het betekent voor veel zelfstandigen een rampzalige derving van inkomsten. En het duurt ook allemaal nog eens heel lang.. Dergelijke maatregelen roepen het beeld op van een land in oorlog. En zo moet je het feitelijk ook zien. Een oorlog om onze zwakkeren te beschermen en om ons zorgsysteem overeind te houden. Wat dit van ons vraagt is opoffering en een grote mate van discipline. Discipline die niet gebaseerd is op angst, maar op een sterke innerlijke overtuiging van noodzaak. In dit geval een noodzaak die veel verder gaat dan de bescherming van onze eigen gezondheid.

Wat wij nodig hebben in een situatie als deze is een besef van saamhorigheid; dit doen wij samen en wij doen het voor elkaar. Die saamhorigheid heeft ook nog een onverwacht voordeel: verbondenheid heeft een positief effect op het afweersysteem, terwijl isolatie en angst juist negatief werken. Als wij ons richten op die verbondenheid zullen wij er wellicht sterker uit komen en kan de crisis uiteindelijk een tegengif vormen tegen de te ver doorgeschoten individualisering en polarisering binnen onze samenleving.

Interessant in dit verband is dit verband is het gebruik van mondmaskers: onze eerste reflex is dat wij ons moeten beschermen tegen de ander die mogelijk virus verspreid. Maar zo werken die niet-medische mondkapjes niet. Je draagt ze om te voorkomen dat jijzelf het virus op de ander zou kunnen overdragen. Zo moeten wij leren denken: hoe kan ik mij zodanig gedragen, dat ik andere mensen zo goed mogelijk tegen mijzelf bescherm, mocht ik het virus bij mij dragen. Als iedereen op deze manier het belang van de ander primair stelt zijn wij met zijn allen veel beter af.

De afweer

Er wordt bij deze crisis vaak een aspect onderbelicht gelaten: of iemand ziek wordt na contact met een virus hangt af van 3 factoren:

  1. Hoe sterk is het virus?
  2. Met hoeveel virusdeeltjes kom je in contact?
  3. Hoe sterk is de afweer?

De sterkte van het virus is een gegeven (vrij sterk, in dit geval). De hoeveelheid virusdeeltjes waarmee je in aanraking komt kun je zoveel mogelijk beperken met alle eerder genoemde maatregelen. Maar over het derde punt; de sterkte van je afweer valt nog het een en ander te zeggen.

Onze afweer is onderverdeeld in een systeem van specifieke en een systeem van niet-specifieke afweer. Specifieke afweer bestaat uit witte bloedcellen die antistoffen aan kunnen maken gericht tegen een binnendringende ziekteverwekker. Dat heet immuniteit. In het geval van een nieuw virus bestaat er in eerste instantie in het geheel nog geen immuniteit. Het kan na een eerste contact met een virus één tot anderhalve week duren voordat de productie van specifieke antistoffen goed op gang komt. Zo’n virus heeft zich dan vaak al behoorlijk door het lichaam kunnen verspreiden.
Gelukkig is er ook nog de niet specifieke afweer. Die bestaat uit witte bloedcellen die in staat zijn te herkennen dat een binnendringer eiwitten bevat die niet lichaamseigen zijn. Vervolgens zullen deze cellen proberen de binnengedrongen deeltjes te neutraliseren, voornamelijk door ze “op te eten” (fagocytose, is daarvoor de wetenschappelijk term).
Die fagocytose is doorgaans niet genoeg om een virus geheel te neutraliseren, maar houdt het vaak wel lang genoeg in bedwang totdat de aanmaak van antistoffen op gang gekomen is.

 

Wat kunnen wij verder doen?

Wij moeten het met dit nieuwe virus dus in eerste instantie hebben van een goede niet specifieke afweer. In het algemeen geldt: hoe jonger en vitaler iemand is, hoe sterker de niet specifieke afweer. Maar ook als je iets minder jong en vitaal bent kan die niet specifieke afweer nog uitstekend werken. En er zijn wel wat manieren om die afweer te ondersteunen:

  • Zorg voor voldoende slaap
  • Zorg voor regelmatige beweging
  • Zorg voor een evenwichtige voeding
  • Vermijd toxische stoffen als alcohol en tabak.
  • Vermijd onnodige langdurige stress
  • Een gevoel van een bepaalde mate van controle is gunstig voor de afweer
  • Je verbonden en gesteund te voelen maakt eveneens je afweer sterker

Die laatste 3 punten hangen onderling samen en zijn geen kwestie van het individu alleen. Dat is waar wij elkaar voor nodig hebben.

Die evenwichtige voeding kan nog ondersteund worden door het nemen van bepaalde voedingssupplementen. Ter ondersteuning van je weerstand kun je bijvoorbeeld denken aan de volgende basis supplementen:

  • Vitamine D
  • Vitamine C
  • Magnesium
  • Zink
  • Selenium

Naast bovengenoemde stoffen zijn er ook plantaardige stoffen die de afweer kunnen stimuleren, zoals bijvoorbeeld echinacea, vlierbessenextract, pelargonium en preparaten op basis van bepaalde paddenstoelen.

Bovengenoemde stoffen zijn echter niet altijd voor iedereen geschikt. Vraag je arts of behandelaar of zoiets voor jou mogelijk en nodig is en zo ja, in welke doseringen.

In ons Centrum Integrale Geneeskunde houden wij ons vanuit verschillende behandeldisciplines bezig met het verhogen van de weerbaarheid en vitaliteit. Vitaliteit die we goed kunnen gebruiken in een crisis als deze. Het uitgangspunt daarbij is de balans en vitaliteit van de mens als geheel, vanuit het besef dat dit geheel meer is dan de som der delen.

 

En ten slotte

In Centrum Integrale Geneeskunde blijven wij ons onverminderd inzetten voor uw vitaliteit en welbevinden.

En nogmaals: laten wij vooral elkaar niet uit het oog verliezen en laten wij elkaar zoveel mogelijk helpen en steunen.